logo artropa
blog home aktueel contact beeld-archief pers-archief de surinoemer

ARTROPA ARCHIEF

Op deze pagina vindt u een overzicht van de artikelen die de Surinaamse en Nederlandse media vanaf februari 2007 tot april 2010 over het ArtRoPa project hebben gepubliceerd.

 

Paramaribo SPAN
bron:Parbode 46 , Boeken & Zo, 1 mei 2010
 
 
door Bert Steinmetz
Over het project ‘Paramaribo SPAN’ is al geschreven in Parbode 47, waarbij de gelijknamige tentoonstelling en de totstandkoming daarvan zijn besproken. ‘Paramaribo SPAN’ is het prachtige kind van een verrassend ouderpaar: een uitwisselingsproject van beeldende kunstenaars uit Rotterdam en Paramaribo (ArtRoPa), en het 145-jarige bestaan van De Surinaamse Bank (DSB). De bank is al langer actief als promotor van de hedendaagse Surinaamse kunst; zij koopt veel werken aan.

Vier jaar geleden startte ArtRoPa op initiatief van het Centrum Beeldende Kunst (CBK) uit Rotterdam. Wat is nu mooier dan het resultaat van ArtRoPa samenhangend te exposeren én met een boek te begeleiden? Thomas Meijer zu Schlochtern van het CBK legde het idee voor aan de directie van DSB, die wederom graag meedeed, financieel gesteund door de Mondriaan Stichting. Vandaar dat naast de helaas eindige expositie en de vluchtige blog paramaribospan.blogspot.com ook dit boek is uitgebracht, als blijvende mijlpaal in het Surinaamse kunstleven. Want het boek is geen simpele catalogus.
 Het beschrijft vanuit een groot aantal verschillende gezichtspunten de geschiedenis en vooral de stand van zaken van de beeldende kunst in Suriname, afgewisseld door heel uiteenlopende gedichten. Het is bovendien ook in het Engels en het Portugees verschenen. Zo beschrijft CBK-medewerker Siebe Thissen de kunst in de openbare ruimte in Paramaribo. Hij wijst op het forse aantal standbeelden dat er is neergezet, maar ook naar het wegzagen van het beeld van voormalig koningin Wilhelmina in 1975; op haar sokkel staat nu Jopie Pengel in brons. Bijzondere aandacht gaat uit naar Jozef Klas, maker van het Kwakoe-standbeeld uit 1963. Maar ook naar de Kleine Jongen in de Palmentuin: Klas’ eigen zoontje Ruben, in 1966 gestikt in een dichtgevallen koelkast. De hoofdmoot echter, die de helft van het boek beslaat, is een serie interviews met de 27 Nederlandse en Surinaamse kunstenaars die aan het uitwisselingsproject hebben meegedaan.
Die nationaliteit is overigens nog niet zo simpel te scheiden, er zijn ook ‘Nederlandse’ kunstenaars bij die in Suriname zijn geboren...
Hun werken zijn daarbij uiteraard ook afgebeeld, maar het meeste steken we op van wat die kunstenaars te vertellen hebben over hun ervaringen en hun inspiratie.


Paramaribo SPAN, Thomas Meijer zu Schlochtern en Christopher Cozier (red.), 2010, KIT Publishers, ISBN 9789460220579



PARAMARIBO SPAN: GESPREKKEN OVER KUNST IN SURINAME


bron: http://www.krachtvancultuur.nl/nl/actueel/2010/april/paramaribo-span
 
door Marieke van der Velden / april 2010

Kunstenaars tussen de verfpotten, achter het beeldscherm, met een beitel in hun hand, een penseel of een tatoeëerstift. Alleen of in discussie met anderen, in hun atelier, in de stad en in het oerwoud. Paramaribo SPAN. Hedendaagse kunst in Suriname legt de nadruk op de actie, op het idee dat hedendaagse kunst meer kan zijn dan een verzameling objecten. Paramaribo SPAN gaat over beeldende kunst als praktijk. Een bijzonder afwisselende praktijk, blijkt uit de verhalen van 27 beeldend kunstenaars uit Suriname en Rotterdam die in het boek aan het woord komen.

Paramaribo SPAN markeert de afronding van een vierjarig uitwisselingsproject tussen Rotterdam en Paramaribo, ARTRoPa. De tentoonstelling was te zien in Paramaribo in maart 2010 en komt dit najaar naar Nederland. Het project heeft drie onderling verbonden platforms: een boek, een tentoonstelling en een blog. Het boek is verschenen in het Nederlands, het Engels en het Portugees; het blog is Engelstalig

Uitwisseling impliceert vaak een benadrukken van de verschillen. Tentoonstellingsmaker Christopher Cozier heeft 'Suriname' echter niet opgevat als een label, of een hokje waar de kunst in moet passen, maar als locatie waar dingen gebeuren. Cozier formuleert vragen en antwoorden over de recente beeldende kunst in Suriname: wat willen kunstenaars, hoe wordt succes bepaald, hoe kijken we naar die kunst? De vragen zijn interessant maar abstract. Wat ze betekenen in het kunstenaarsleven wordt concreet door de interviews met kunstenaars: de gesprekken gaan over materiaal, internationale ontmoetingen, culturele identiteit en persoonlijke ontwikkeling, maar ook over vraag en aanbod en brood op de plank.


 
Installatie van Ravi Rajcoomar voor Paramaribo SPAN

"Het culturele leven in Paramaribo stelt niet zo veel voor", zegt Karel Doing, een van de deelnemende kunstenaars. "Ik wil niets af doen aan de individuele kwaliteiten van de kunstenaars, maar ze leven toch in een soort zwart gat." Maar dan wel een zwart gat waarin sommigen uitstekend gedijen, lijkt het. Beeldend kunstenaar Ellen Ligteringen, die vanuit Nederland naar Suriname emigreerde: "Toen ik me terugtrok uit dat kunstbedrijf, toen ik dat subsidienetwerk los kon laten... Het was een opluchting. Nu stippel ik mijn eigen koers uit."


ARTROPA RESULTEERT IN ROTTEPLU

 bron: de Ware Tijd / Cultuur / 20 maart 2010

 
door Euritha Tjan A Way


PARAMARIBO - Het ArtRoPa-project heeft Surinaamse kunstenaars in de gelegenheid gesteld hun horizon te verbreden. Zo een kunstenaar is Hedwig 'PLU' de la Feunte. Door zijn deelname aan het project heeft hij zichzelf een andere tak van fotografie eigen kunnen maken namelijk het vastleggen van architectuur. Hij vertrok mei/juni 2008 naar Nederland en van het Centrum Beeldende Kunst in Rotterdam kreeg hij drie opdrachten mee. "Ik moest werkportretten maken van de kunstenaars in Duende (kunstcollectief in Rotterdam... red).

 Ik moest architectuur fotograferen en moest Surinamers in Rotterdam vastleggen. Uiteindelijk heb ik me niet kunnen toeleggen op het laatste, maar ik heb me echt uitgeleefd bij het vastleggen van de moderne architectuur in Rotterdam. Gewoon omdat ik daar een voorliefde voor heb. Ik heb me ook niet laten leiden door eerder verschenen boeken of te veel adviezen van mensen. Ik heb zuiver vastgelegd wat ik zelf spraakmakend vond." En het resultaat mag er wezen. Een boekwerk van wel 183 pagina's is het geworden. Het kunstwerk van Plu draagt de naam Rotteplu en bevat prachtige kleurenfoto's bekeken vanuit diverse perspectieven van Rotterdam.


 
foto/ collectie Hedwig ‘PLU’ de la Feunta
Rotteplu is het kunstwerk voortgekomen uit het ArtRoPa project van de hand van PLU. Op de open geslagen pagina een cubushuis dat een lust is voor het oog.-.

Het kaft en de foto's zijn vlot en strak: op en top modern! En hoewel het begrijpelijk is dat een groot onderschrift niet past bij elke foto, zou een korte aanduiding de lezer iets meer inzicht geven. Nu moet teruggegrepen worden naar de catalogus aan de achterkant, wat soms een beetje ongemakkelijk is.  PLU: "Ik had zoveel foto's en voor mijn verslag moest ik maar twee A4’tjes maken. Ik vond het zonde. Ik heb de foto's dus gebundeld en hiervan een boekwerk gemaakt. Doordat je nu in Suriname print on demand hebt, hoefde ik niet veel uit te geven. Ik heb er voorlopig drie laten drukken."  PLU kreeg zoveel positieve reacties dat hij het boek nu wel wil gaan uitgeven. Echter, liever door een uitgever in Rotterdam. Hij heeft al alle informatie verzameld en voert nu gesprekken over de uitgave.

De vraag of hij ook zo een boek zou kunnen maken over de architectuur in Paramaribo geeft hij een verrassend antwoord. "Er komt al zo een boek over Paramaribo, maar dan niet alleen over architectuur.  Het is niet van mijn hand, maar ik heb er wel aan helpen werken en met heel veel plezier! " Volgens PLU moet er in Suriname veel meer gedaan worden aan ruimtelijke ordening en men moet veel meer nadenken alvorens men een gebouw neerzet. "

De architecten in Nederland houden zich niet alleen bezig met het praktische van de ruimte, maar ze vinden de esthetica ook belangrijk. In Suriname zijn er mensen die veel geld hebben. Zij zetten gebouwen neer zonder aandacht te schenken aan de esthetica ervan." PLU is eigenlijk grafisch ontwerper en hij gebruikt meestal zijn eigen beeld om mee te werken. Op de vraag of grafische vormgeving ook kunst aan het worden is, antwoordt hij onzeker. "Ik ben een beetje voorzichtig met het woordje kunst. Voor mij is je werk pas kunst als anderen het als zodanig bestempelen."

Het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam is in februari 2007 gestart met het project ArtRoPa dat onderdeel is van een vierjarige samenwerkingsovereenkomst tussen de Gemeente Rotterdam en de Republiek Suriname. Doel van ArtRoPa is het versterken van de culturele infrastructuur en het bevorderen van de interculturele dialoog. Dit betekent uitwisseling van ideeën en het stimuleren van creativiteit en diversiteit. Kunstenaars hebben als geen ander de mogelijkheid om verbindingen tussen verschillende culturen te leggen, samen te werken en als sleutelfiguren ervaringen uit te wisselen. Daarnaast biedt het project de kunstenaars een intense beleving, de opgedane inspiratie kan leiden tot verdieping van hun werk. Kunstenaars uit Suriname en Rotterdam krijgen de kans collega's te ontmoeten, kennis uit te wisselen, netwerken uit te breiden en hun praktijkervaring te verdiepen. Doel is ook het bevorderen van cultureel bewustzijn, met in het bijzonder aandacht voor de cultuur van marrons en inheemsen. Bron: www.artropa.nl


CONTEMPORARY ART IN EEN KLASSIEKE TUIN

bron: de Ware Tijd / Cultuur /  13 maart 2010
 
door Hariandi Todirijo

Paramaribo - Kunst wordt steeds meer flexibel. Kijk maar naar Paramaribo SPAN. De Chief Executive Officer van DSB en de president van ons land, schijnen samen met een heleboel anderen met een oprechte lach de moderne werken te hebben verwelkomd. En als zulke prominente schaakstukken geen 'nee' zeggen, ben je in de meeste gevallen binnen. Twee extremen, hedendaagse kunst, zoals het wordt genoemd en de klassieke achtertuin van de bank, waar de directeursvilla van toentertijd, nog even moet wennen aan Contemporary Art.

Het is gezond om op te merken dat er heel wat inspanningen zijn verricht om deze expo op poten te zetten. Dit is meer dan een serieuze schouderklop naar de organisatie toe. De opening is perfect gelopen. Niet alleen het officieel gedeelte, maar ook de waardevolle verzorging daarna. De promotie bij de media  was top. Verder mogen wij blij zijn met de discussies die in de lijn van de expo waren georganiseerd.

Over de kunstwerken zelf kan veel gezegd worden.  Het publiek heeft de tijd genomen om de omschrijvingen bij elk werk door te nemen. Prachtig! Ja, de ideeën zijn deugdelijk. Neem bijvoorbeeld het verhaal van de Fatu Bangi, waar arm en rijk elkaar zouden kunnen ontmoeten. Zo zijn er tal van die voortreffelijke vertelsels. Maar kijken wij naar het product, het kunstproduct, dat daaraan gekoppeld wordt, dan is het onvermijdelijk dat er in ettelijke gevallen, ongedwongen vragen opborrelen.

Nee, het hoeft niet per se kunst te zijn, klassiek, netjes ingelijst zoals bijvoorbeeld het geslaagde fotorealistische 'Republiek', waarin de kunstenaar een ongerept stukje natuur met olie op doek heeft uitgebeeld. Daar hebben Surinaamse geesten zoals Kurt Nahar met hun installaties ons al lang over heengetrokken. Het is wel zo dat je ten minste in het werk wilt zien dat er zorg aan is besteed. Dat de kunstenaar serieus met zijn werk bezig is geweest en dat hij uit respect voor zijn publiek ook laat zien dat hij naar hen toe een bepaalde verantwoordelijkheid heeft. 'Suicide Installation' die aandacht vraagt voor zelfmoord, komt daarmee aardig in de buurt.

'Looking for Apoekoe' en 'Man in Gold' zijn prijzenswaardige videokunstproducten, confronterend, die evenals 'Change Saw', knap zijn opgelost. Zeker de keus om de kettingzaag zo een positie in de compositie te geven dat het geheel meer spanning uitstraalt. De kleine ruimte versterkt het enge gevoel nog meer. De vraag is wel: 'Heeft de kunstenaar bewust het enge geluid van de vernietigende machines uit dezelfde bron laten komen als het zalvende geluid van de vogels? Nee, we weten ook  niet of het blijde vogels zijn of een orkest van tjilpend getreur.

 Hoe moeten we omgaan met deze kunstvorm? Moeten we het überhaupt wel als kunst categoriseren? Toen Picasso met zijn entarte kunst kwam, werd dat ook niet aanvaard door de traditionele kunstnormen van de nazi's. 'Wenende Vrouw ' (1937) vol leed en smart is daar een goed voorbeeld van. Iets dergelijk overkwam onze Soeki Irodikromo toen hij van Nederland terugkwam met zijn Cobrakunst. Nola Hatterman wist niet hoe ze het had en kreeg het gevoel dat al die eerdere inspanningen om deze Surinaamse kunstenaar te vormen, voor niets waren. Achteraf gezien is Soeki wel een van Surinames grote kunstzonen geworden, maar het gaat nu even om de schok die Nola toen kreeg.

Precies diezelfde gemoedsbeweging wordt geboren bij een aantal van onze kunstdocenten en kunstminnenden.  Is het geen zonde van al die inspanningen toen je als student, stillevens, naakten, portretten, ga zo maar door, jarenlang  moest doen. De aanwijzingen van de docenten die naar perfectie streven hebben jou extra gesnoeid, maar daardoor ben je ook beter geworden. Gooi je dat allemaal in de soep om nu dit soort 'kunst' te maken?  Laten wij erover nadenken.

Er zit enorm veel kracht in kunst. Het zijn artistieke geesten geweest die de mensheid steeds tot een hoger niveau hebben gebracht. Denk maar aan de ontwikkeling die de uitvinding van het wiel bijvoorbeeld heeft gebracht.  Kunst kan je geest vormen en strelen, maar het kan ook vernietigend zijn en dat is gevaarlijk! Wij moeten voorzichtig zijn met moderne  kunst. Of beter gezegd: 'Wij moeten voorzichtig zijn met de snelheid waarmee en de manier waarop wij deze vorm van moderne kunst toelaten in onze samenleving'.

Als dit de kunst is die Suirname gaat produceren en 'bevolken' de komende jaren, de kunst die liefhebbers kunnen verwachten in de toekomst van ons land, zitten wij wel op het juiste spoor? Of is het zoals bij Picasso en Soeki, dat het slechts een ontwikkelingsstadium is in onze Surinaamse kunst dat wij even moeten overbruggen? Laten wij erover nadenken.-.




PARAMARIBO SPAN / SURINAAMSE KUNSTENAARS GAAN EINDELIJK VREEMD

bron: de Ware Tijd / Cultuur /  13 maart 2010
 
door Rob Perrée


Kan een tentoonstelling geslaagd en tegelijkertijd niet geslaagd zijn? Hoe merkwaardig dat misschien ook lijkt, Paramaribo SPAN toont aan dat dat mogelijk is.

In 2007 wordt er een uitwisselingsovereenkomst getekend tussen het Centrum voor Beeldende Kunst  in Rotterdam en Suriname. ArtRoPa wordt de roepnaam van de boreling. Acht Surinaamse kunstenaars krijgen de kans om maximaal drie maanden in een gastatelier in Rotterdam te verblijven, Rotterdammers zullen naar Paramaribo trekken om daar hun collega's te ontmoeten en met hen samen te werken. Aldus geschiedt.


Foto/Ingrid Moesan Ravi Rajcoomars Suicide Installation.

 Om het project waardig af te sluiten, moet er een gezamenlijke tentoonstelling en een boek komen. Daar tekenen zich de eerste problemen af. Aangezet door een aantal kunstenaars dat op Jamaica een opleiding heeft gevolgd, openbaren zich al enige tijd veranderingen in de Surinaamse kunstwereld. Het geloof in eigen kunnen gaat schuren met de ongetwijfeld goedbedoelde maar ook betuttelende Nederlandse kunstontwikkelingshulpbehoefte. De gezamenlijkheid wankelt. ArtRoPa kiest voor een uitweg die rekening wil houden met de gevoelens van alle partijen.
 
 
 
Foto / Christopher Cozier     Een bewerkte drinkbeker van Dhiradj Ramsamoedj.
Zijn project Adjie Gilas maakt deel uit van Paramaribo SPAN en is nog te zien
op 13 maart van 19.00-21.00 uur aan de Jagdeiweg 8, Kwatta.-.

Een gemankeerde oplossing dus. Het vraagt in een laat stadium aan de gekende kunstenaar/schrijver/curator Christopher Cozier uit Trinidad om zich bij het project te voegen en de selectie van de Surinaamse kunstenaars voor zijn rekening te nemen. Hij moet SPAN alsnog een Caribische context geven. Behalve dat hij de Surinamers selecteert, spoort hij ze, bijgestaan door Marcel Pinas, aan; hij geeft ze zonodig een flinke duw in de goede richting en, heel belangrijk, hij tilt het project onder andere via het weblog http://paramaribospan.blogspot.com en discussiebijeenkomsten naar een meer theoretisch niveau. Cozier beseft het belang van SPAN voor Suriname: een belangrijke fase in een ontwikkeling die nog nauwelijks onderkend laat staan onderbouwd is.
 
 
 
Foto / Ingrid Moesan     Change Saw, het werk van
Jhunry Udenhout voor Paramaribo SPAN.

 De ongelukkige uitkomst van het project: een tentoonstelling die voelt als twee tentoonstellingen. Rotterdam en Suriname hebben elkaar weinig (meer) te vertellen.

 Dat ongelukkige resultaat geeft mij het welkome excuus om me alleen te richten op de werken van de Surinaamse kunstenaars. Daarin ben ik het meest geïnteresseerd, zeker nadat ik hier vorig jaar, tijdens de expositie Wakaman Drawing lines - connecting dots, uitgebreid heb kunnen rondkijken en met eigen ogen heb kunnen zien waar iedereen mee bezig is.

Het zijn juist de Surinaamse bijdragen aan Paramaribo SPAN die me aangenaam verrast hebben. Er is sprake van een enorme doorbraak. Ter illustratie een aantal voorbeelden.

 Pierre Bong A Jan (1975) is een van de verrassingen. Hij komt met een installatie in de vorm van een tatoeageatelier. Schilderijen aan de wanden en tijdschriften op een tafeltje verschaffen me inzicht in de uitgebreide beeldmogelijkheden. Ik kan zelfs een tattoo laten zetten. Bong A Jan laat zien dat de afstand tussen high en low art open staat voor discussie.

 De documentairemaker Jurgen Lisse (1982) draagt een videoinstallatie bij. Met de ontroerende beelden van een onweerstaanbaar meisje lokt hij me naar binnen en confronteert me vervolgens met een bombardement aan beelden (en geluiden) die ik veel liever uit de weg zou zijn gegaan.
 De installaties en collages van Kurt Nahar (1972) bijten zich al een aantal jaren vast in de 'vergeten' Decembermoorden van 1982. In 'When death stares in your eyes, what can you do' geeft hij indringend weer onder welke vernederende omstandigheden de slachtoffers van Bouterse moeten hebben verkeerd. Het effect zou groter zijn geweest als hij zich beperkt had in zijn middelen. Soms struikelt hij over zijn eigen bevlogenheid.

 Ravi Shankar Rajcoomar (1973) overrompelt met een installatie waarin hij aandacht vraagt voor het hoge zelfmoordpercentage onder Hindostanen. Buiten, onder een dak, hangen enkele tientallen zwarte 'lijken' neer. In verkrampte houdingen, alsof de dood ze heeft betrapt. De wind doet ze bewegen, waardoor ze nog macaberder worden. De teksten op de figuren en op de grond zijn voor mij onleesbaar, maar ze maken het geheel wel tot een intrigerend verhaal.

 Van George Struikelblok (1973) ken ik vooral schilderijen. Het gemis van een vaderfiguur is een rode draad in zijn werk. In de installatie 'Groei' verwerkt hij dat thema op een symbolische manier: een 'weeshuis' met kuikens wordt omgeven door spiegels die voorzien zijn van toepasselijke woorden als liefde, nood, Pa etc. De argeloze, ijdele kijker weet zich hierdoor pijnlijk betrapt.

 Vorig jaar was ik in het atelier van Jhunry Udenhout (1970). Hij maakte toen traditionele houten beelden, meestal in opdracht. Vaardig, maar weinig oorspronkelijk. In SPAN blijkt hoe snel hij erin is geslaagd de traditie af te leggen. Udenhout vult een ruimte met een enorme houten zaagmachine die zich door een boomstam werkt. Zaagsel, splinters en stukken hout vullen en vervuilen de omgeving. Is 'Change Saw' een aanklacht tegen de houtkap of een ironische manier om de werkelijkheid te vertekenen?

 Ellen Ligteringen (1969) speelt in op het concept van de kunstenaar als onderzoeker. De kijker maakt kennis met een laboratorium waarin chocolade wordt ontwikkeld (cacaoplantages typeerden ooit Suriname). Hij mag proeven en op camera reageren.

 Dhiradj Ramsamoedj (1986) is zonder meer de revelatie van SPAN. Hij heeft zijn installatie gemaakt in het huis van zijn grootmoeder, een half uur verwijderd van het centrum van Paramaribo. In de kamers op de eerste verdieping gebruikt hij vele media en vele middelen om een ode aan haar te brengen en impliciet inzicht te verschaffen in de Surinaamse cultuur. Vooral de kamer 'behangen' met de drinkkroezen – zijn grootmoeder verhuurde ze –, de geschilderde dagboeken en het uit kleurige stukjes textiel opgetrokken zelfportret maken indruk. Door nadrukkelijk te kiezen voor een harmonieuze, familiale context – zijn familieleden lopen rond – hekelt hij de toenemende vervreemding tussen mensen.

 Het mag duidelijk zijn dat er hier een generatie kunstenaars actief is die zich (eindelijk) bewust weet van haar natuurlijke context en nu de blik naar buiten richt. Het is een generatie die probeert aan te haken op internationale ontwikkelingen zonder de eigen cultuur te verloochenen.
Het gearrangeerde huwelijk tussen Nederland en Suriname loopt ten einde. Suriname gaat al een beetje vreemd. Wat mij betreft mag het voluit vreemd gaan en zelf een partner gaan kiezen.
De Biënnale van Cuba is gewaarschuwd. Suriname komt eraan.

In 2012?

ROBERTO FRANKLIN TJON A MEEUW 'SOSO LOBI'

 bron: de Ware Tijd / Cultuur /  21 november 2009
 
door Nancy de Randamie
 
Beeld: Collectie: Roberto Tjon A Meeuw

Hij runde ooit een servicestation in het binnenland van Suriname. De meeste mensen kennen hem als dj Prepmatic en selfmade beeldend kunstenaar Roberto Franklin Tjon A Meeuw, afgekort RFT. Sinds dit jaar heeft hij een meer hightech manier ontwikkeld van in contact staan met het publiek. Als artist-in-residence in Rotterdam maakte hij afgelopen maanden gebruik van het internet om zijn nieuwste creaties te tonen.

Via Facebook en blogs bombardeerde Roberto Tjon A Meeuw vrienden en fans de afgelopen maanden met zijn nieuwste creaties. Schilderijen en installaties, gemaakt uit afvalmateriaal uit de straten van Rotterdam-Zuid, digitaliseerde hij door ze te fotograferen. De foto's van de schilderijen en installaties bewerkte de kunstenaar dan weer met de nieuwste fotobewerkingsprogramma's zoals Picassa en plaatste het resultaat hiervan op internet.


 
Een werk van Roberto Tjon A Meeuw.

De reacties vanuit Nederland, Suriname en zo'n beetje de rest van de wereld waren positief en de mensen waren enthousiast. Voor iedereen die niet bij de opening van zijn eerste solo-expositie in Nederland in het Centrum voor Beeldende Kunst in Rotterdam kon zijn,  was er de ‘troost’ van het zien van de werken op internet.
 Voor Roberto Tjon A Meeuw betekent het internet als medium meer dan het tentoonstellen van zijn werk alleen. Als mens en kunstenaar ademt hij volgens eigen zeggen – net  als de titel van zijn allereerste solo-tentoonstellling in Nederland Soso Lobi – “alleen maar liefde uit”.

Liefde
Uit liefde liet hij zijn vrouw Hester en twee zoons niet achter in Suriname, maar nam hen mee naar Nederland tijdens zijn artist-in-residence periode . Uit liefde voor zijn vrienden en kennissen in Suriname en de rest van de wereld, 'postte' hij zijn werken en stond hij via allerlei boodschappen en chat-gesprekken met hen in contact. En uit liefde voor Suriname in het bijzonder en de mensheid in het algemeen, noemde hij zijn expo in Nederland Soso Lobi. “Ik wilde met die expositie pure liefde injecteren, omdat ik het gevoel heb dat ze daar in Nederland een gebrek aan hebben, terwijl wij hier in Suriname juist een overvloed aan pure liefde hebben.”
 Ironisch genoeg is het in Tjon A Meeuw's analyse juist “de technologie en dan vooral de industrie waardoor een land als Nederland liefde tekortkomt”. Voor mij ironisch, omdat het voor het eerst is dat de kunstenaar in deze mate gebruik maakte van de nieuwste digitale technieken, terwijl hij als milieu-bewust mens en kunstenaar juist bekendstaat om zijn werk met restmaterialen en dus gebruikmaakt van 'oude' technieken. Tjon A Meeuw zelf ziet het anders. Voor hem betekende deze 'nieuwe manier' van werken gewoonweg het samenbrengen van impulsen die hij kreeg vanuit het wonen en werken in Nederland, met die uit Suriname.

Represent
Zijn tijd in Nederland gebruikte Tjon A Meeuw als vervulling van een heel specifieke missie. “Ik wilde Suriname vertegenwoordigen en ik wilde dit doen door een stukje cultuur.” En dus nam de kunstenaar uit Suriname motieven en patronen van houtsnijwerken van de marrons en het vlechtwerk van de Javanen mee naar Nederland.
 In hetzelfde kunstenaarshuis waar hij ook woonde met zijn gezin had hij een klaslokaal ter beschikking als atelier. Het huis is een oud schoolgebouw dat ooit door de Rotterdamse kunstenaars is gekraakt en later door de gemeente aan de groep werd toegewezen. Daar verwerkte Tjon A Meeuw (rest-)materialen zoals glas, ijzer en hout tot indrukwekkende kunstwerken, door gebruikmaking van de technieken als ‘beamen’, digitale projectie. “Motieven van marronhoutsnijwerken en Javaans vlechtwerk heb ik op een grafitti-manier gebeamd.”
Maar hij deed meer dan alleen uit afvalmateriaal tradities uit oude culturen ‘modern’ en ‘hip’ maken met de nieuwste technieken. Zijn komst naar Nederland gebruikte hij om een statement te maken over de Surinaamse en Nederlandse mens en samenleving. Dit deed hij bijvoorbeeld door het ontwerpen van T-shirts met bijzondere afdrukken, zoals kreten en teksten uit de Surinaamse taal. “Wat ik wil doen is de Surinaamse taal en spraak openbaar maken. Voor buitenlanders is het Sranantongo trouwens één van de eenvoudigste talen om te leren, dus waarom niet?”

Samenkomen
Met zijn verblijf in Nederland en Soso Lobi lijkt het alsof alles waar Tjon A Meeuw voor staat, is samengekomen. Hij woont sinds jaar en dag in zijn geboorteland Suriname, maar groeide ook op in Nederland. ‘Oude liefdes, ervaringen en gewoonten die nooit voorbijgaan’, zoals de graffiti, hiphop, fotografie, skate-boarden, het vrije hippieleven, werken met restmateriaal, muziek, beeldende kunst, in contact staan met mensen, kwamen samen tijdens zijn artist-in-residence periode.
 De taal waarin hij communiceert – ook op het internet en met zijn kunst – ademt een wereldse instelling, hiphop en 'straat' uit. Geen wollig taalgebruik voor Roberto Tjon A Meeuw. Elementen uit de graffiti, hiphop en fotografie – alledrie oude liefdes die nooit vergaan – verwerkte hij in zijn nieuwste werken.Door een eerdere ontmoeting met de Rotterdamse kunstenaar Jeroen Jongerman die in Suriname was vanuit het Artropa-project ( Art Rotterdam Paramaribo project, een initiatief van Thomas Meijer zu Schlochteren) werd hij uitgenodigd om in het Rotterdamse kunstenaarshuis te wonen en werken.
 “Jeroen had gezien hoe ik hier in Suriname leef en vond dat deze stijl precies paste bij de manier waarop men daar woont.” Het oude schoolgebouw dat tegenwoordig onder beheer staat van stichting ‘B.a.d’ was inderdaad precies de juiste omgeving voor een kunstenaar als Tjon A Meeuw. Als in een gemeenschap wonen en werken daar verschillende kunstenaars al dan niet met hun gezin in de enorme klaslokalen met hun hoge muren. Rondom deze klaslokalen is een binnenplaats en de plek waar iedereen samenkomt voor ontmoeting, conversatie en kinderen kunnen er spelen. "Het was de ideale omgeving voor mij en mijn gezin. Wij voelden er ons thuis.”

Contact
Op zijn gemak voelde Tjon A Meeuw zich in het B.a.d-gebouw vooral ook door de natuurlijke interactie die er was met de andere kunstenaars. En door de vele 'nieuwsgierige' mensen die spontaan zijn atelier bezochten, benieuwd naar 'wat die Surinaamse kunstenaar bij ons is komen doen'. Hij vertelt dat hij het nodig heeft om met andere mensen in contact te staan en hoe hij ook bewust dit contact heeft 'uitgelokt'. “In mijn eentje werken is niets voor mij. Als ik dat zou doen, zijn mijn schilderijen ‘just another painting’. En omdat ik niet in Suriname was, heb ik echt een hele grote mond gebruikt om mensen uit te nodigen, uit de dagen, bij mij te komen.”
 Tjon A Meeuw legt uit dat het contact met anderen tijdens zijn verblijf in Nederland, heel wat emotie heeft losgemaakt. Niet verwonderlijk ook, want niets wat de kunstenaar doet is oppervlakkig. En een belangrijke persoonlijke missie is het promoten van Suriname onder Surinamers over de hele wereld. “Ik wil zoveel mogelijk Surinamers around the globe laten weten wat wij hier doen. En ze hierdoor uit te dagen om terug te komen. Om het land om te bouwen. En hiervoor hebben we veel mensen nodig.Ondernemers, meubelmakers, architecten, schrijvers. Het internet was voor mij een makkelijke manier om dit idee via mijn kunst te communiceren.”


Met Roberto Tjon A Meeuw kun je in contact komen via:
http://www.facebook.com/people/Roberto-Tjon-A-Meeuw/1538821498
http://fajapie.blogspot.com/




JAAR VOL ZIEN, KIJKEN EN LEREN

bron: de Ware Tijd / Cultuur / maandag 19 oktober 2009

door Bonnie van Leeuwaarde

PARAMARIBO - Dit jaar kan niet meer stuk voor Roddney Tjon Poen Gie en Ravi Rajcoomar. De beeldende kunstenaars gingen in 2009 twee keer op uitwisseling. Tjon Poen Gie was in maart in Vermont Studio Center, Amerika en Rajcoomar in april bij de Gerrit Rietveld Academie, Nederland. In juli werden ze beiden geselecteerd om bijna drie maanden artist in residence te zijn in het kunstatelier Duende. Het is de laatste uitwisseling van het project ArtRoPa, tussen Paramaribo en Rotterdam.

Roddney Tjon Poen Gie, CBK Rechtsachter

Roddney Tjon Poen Gie (r) maakt een babbeltje met gasten tijdens zijn expo in Rotterdam.-.


Het was vooral heel veel kunst zien, zegt Ravi Rajcoomar (35). “We zijn naar heel veel plaatsen geweest, hebben door bijna heel Nederland gereisd. Ik ben ook naar België, Duitsland, Parijs en Venetië geweest voor de biënnale.” Daar zag hij de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van videokunst, zijn nieuwe liefde. Rajcoomar, die in 1998 van het Nola Hatterman Instituut afstudeerde en daar ook doceert, is vooral bekend van zijn schilderijen met tekst in spiegelschrift. “Nu vind ik videokunst interessant, een medium dat ik ook hier wil introduceren.” In februari 2010 krijgt hij zijn kans, want dan wordt het project Paramaribo Span, dat ook onder ArtRoPa valt, afgesloten met een tentoonstelling en een boek.

Ravi Rajcoomar in Duende
 

 Ravi Rajcoomar in zijn atelier in Duende.

In de expositie zal Roddney Tjon Poen Gie (47) ook zijn laatste werken laten zien. Hij slaagde in 1994 in de richting schilderen en tekenen van de Academie voor Hoger Kunst en Cultuur Onderwijs. In Suriname werkt Tjon Poen Gie voornamelijk met beschilderd drijfhout. Maar bij gebrek aan materiaal, ging hij over op ... bubblegum. “Het was een uitdaging om met nieuwe materialen te werken die ik daar vond, zoals oesters en afvalbrood”, vertelt Tjon Poen Gie. “Het schilderij waarin bubblegum is verwerkt is nog verkocht ook.” De kunstenaars hebben dit jaar veel gezien en geleerd in andere landen en hun visie op kunst kunnen verbreden. En toch, zegt Rajcoomar: “Surinaamse kunst doet helemaal niet onder voor wat ik daar heb gezien. En dan bedoel ik schilderkunst, installatiekunst en straks ook videokunst.”.-.

SURINAAMSE KUNSTENAARS OP WEG NAAR DE TOP

bron: de Ware Tijd Cultuur, 5 augustus 2009

ROTTERDAM - De Surinaamse kunstenaars Ravi Rajcoomar en Rodney Tjon Poen Gie zijn op dit moment in Rotterdam om mee te doen aan een zogeheten ‘artist in residence-programma’ (Artropa). Ze wonen drie maanden in de Maasstad om er te werken en inspiratie op te doen.
Het programma, dat twee jaar geleden is gestart, is bedoeld voor Surinaamse kunstenaars die de ambitie hebben om de top te bereiken. In totaal zijn er zeven deelnemers geweest. Rajcoomar en Tjon Poen Gie zijn in Rotterdam geïnspireerd geraakt en gaan straks met nieuwe ideeën terug naar Suriname. Wat de kunstenaars opvalt in Nederland is dat vrijwel overal kunstobjecten te zien zijn; op straat en zelfs in het water. Rajcoomar: “Ik wil ook voor Suriname kunstobjecten op straat om te laten zien dat kunst niet alleen gaat over schilderijen en wandbekleding, maar dat het in harmonie kan zijn met de samenleving.”

kunstwerk Ravi

Een van de kunstwerken van Ravi Rajcoomar.-.dWTarchieffoto

“Wat wij in Suriname niet als kunst zouden zien wordt hier als kunst beschouwd”, aldus Tjon Poen Gie. Zelf werkt hij meestal met drijfhout, maar dat is Nederland een stuk lastiger te vinden. “Een uitdaging. Ik ga kijken hoe ik mijn creativiteit ga botvieren op dingen die ik hier kan vinden.” Ook Rajcoomar heeft nieuwe inzichten gekregen. Alle objecten die hij in Nederland zag, hebben hem geïnspireerd om ruimer te gaan denken. Voorheen maakte hij vooral schilderijen en videokunst: "Maar nu denk ik, het kan ook anders.”.-. CARIBIANA

NIEUWE EDITIE VAN DE SURINOEMER VERSCHENEN

 bron 1: http://www.waterkant.net/ Geplaatst op dinsdag 31 maart 2009 • bron 2: http://www.literairnederland.nl/ Gepubliceerd op 1 april 2009 door Marieke Visser

ROTTERDAM - Op 21 maart 2009 verscheen op het Boekenfeest van de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam het langverwachte vijfde nummer van de Surinoemer, een gratis onafhankelijk nieuwsblad dat onregelmatig verschijnt. Het doel van de Surinoemer is de culturele interacties tussen Paramaribo en Rotterdam, die in november 2007 zijn begonnen en tot 2010 zullen voortduren, onder één noemer te brengen.

Deze dubbeldikke editie is een Vraag- en Antwoordnummer geworden. Dat wil zeggen: de pagina’s worden in beslag genomen door interviews met personen die nauw bij het ArtRoPa-project betrokken zijn. Het bevat een uitvoerig vraaggesprek met de Surinaamse kunstenaars Steve Ammersingh en Kurt Nahar, waarin ze terugblikken op hun verblijf in Rotterdam in de zomer van 2008.

In de interviews met de Rotterdamse kunstenaars Casper Hoogzaad en Arnold Schalks krijgen zij royaal de ruimte om hun Surinaamse projecten en plannen nader toe te lichten. Tenslotte komt Thomas Meijer van het Rotterdamse Centrum Beeldende Kunst aan het woord. In een diepte-interview doet hij relevante uitspraken over het ArtRoPa-project en de toekomst daarvan. Mutika en Influenza (Jeroen Jongeleen) voorzien e.e.a. van commentaar.

Voor de lezers in Paramaribo ligt er een gratis exemplaar klaar bij het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL) en de Nola Hatterman Art Academy. Overige lezers kunnen de digitale versie van de laatste editie als pdf-bestand (1,6 Mb) downloaden op: http://www.desurinoemer.net
  ga naar de site


BLAFFEN NAAR DE MAAN

 bron: SKAR Journaal / Uitgave van Stichting KunstAccommodatie Rotterdam SKAR / februari 2009
 

door Jan Donia

ROTTERDAM - [...] Ik heb in de herfst van 2008 veel gesprekken gevoerd over de toekomst van de creatieve industrie in Rotterdam. Vrijwel iedereen zette vraagtekens bij het zogeheten speerpuntbeleid. In de huidige fase lijkt mij dat een gepasseerd station. De gemeente munt uit in mooie woorden en sympathiebetuigingen. Daarmee kom je niet zo ver, als de hand op de knip wordt gehouden. Het is blaffen naar de maan.
In deze editie van het SKAR-journaal brengen Chris Bouma en Roel Esseboom (EDBR) de situatie in kaart. Zorg, maar ook ambitie. Of liever: de bezorgdheid komt voort uit ambitie. Want het is duidelijk dat wij verder moeten, er mag geen sprake zijn van stagnatie. Dat zou vooral dodelijk zijn voor de autonome kunst. Ik hoop dat schijn bedriegt, maar het ziet er naar uit dat de (landelijke) overheid bezig is die langzaam de nek om te draaien. Twee punten: benader autonome kunstenaars niet langer als ondernemers en treed hen ruimhartig en met respect tegemoet. Ik ben er daarom trots op dat wij in dit blad aandacht schenken aan [...] twee kunstenaars die projecten hebben uitgevoerd in Suriname. Ze gingen weg zonder een cent en zij kwamen terug zonder een cent. Ondernemers zouden dat nooit doen. Op de opening van de tentoonstelling van Casper Hoogzaad in de Rotterdamse galerie Poonberg zei voorzitter Humphrey Schmidt van de Surinaamse stichting Totomboti tegen mij dat hij de samenwerking met het CBK en de kunstenaars Casper Hoogzaad en Arnold Schalks van grote betekenis vindt voor de relatie tussen Nederland en Suriname. Autonome kunst heeft een toegevoegde waarde die niet in geld is uit te drukken.
 

EEN MUSEUM IN DE JUNGLE

 

casper hoogzaad in atelier

Casper Hoogzaad tussen enkele schilderijen die hij naar aanleiding van zijn vorige bezoek heeft gemaakt. De verf heeft hij ontwikkeld met mineralen uit Suriname.  (Foto: Rick Messemaker)

bron: SKAR Journaal / Uitgave van Stichting KunstAccommodatie Rotterdam SKAR / februari 2009

door Jan Donia
 
ROTTERDAM - In februari 2009 wordt in het dorp Pikin Slee in het oerwoud van Boven-Suriname een museum geopend, waarin vooral aandacht wordt besteed aan de rijke traditie op het gebied van houtsnijwerk. De lokale kunstenaarsgroep Totomboti en de gelijknamige stichting, waarvan enkele bestuursleden in Nederland wonen, hebben het initiatief voor de oprichting van het museum genomen.
“Dat dit van de grond is gekomen, is fantastisch,” zegt Casper Hoogzaad. “In Suriname voelt het achterland zich vaak, en niet ten onrechte, achtergesteld bij de stad. Dat in Pikin Slee een plaats komt waar de cultuur zichtbaar wordt gemaakt, is mede vanwege de emotionele relaties bijzonder.”
Casper heeft van de stichting opdracht gekregen om op de buitenmuren een monumentale schildering aan te brengen, van in totaal 50 vierkante meter. Voor de realisatie vertrok hij medio januari opnieuw naar Pikin Slee.
“Ik was tijdens mijn vorige bezoek aan Suriname in Pikin Slee, omdat het in een omgeving ligt met een prachtige flora. Dat is het onderwerp van mijn schilderijen. Bovendien zijn in de bodem mineralen aanwezig die ik gebruik bij het maken van mijn verf. Die twee aspecten intrigeerden de mensen van Totomboti. Het heeft tot de opdracht geleid. De muurschildering ga ik verwezenlijken in samenwerking met lokale kunstenaars. Met sommige ben ik inmiddels bevriend. Tijdens mijn verblijf krijg ik in het dorp de beschikking over een hut. Het is een geweldige ervaring om een paar maanden in het hart van een overweldigende natuur te verblijven.”
Pikin Slee is een relatief groot dorp met ongeveer drieduizend inwoners, voor het merendeel Marrons. ”Het ligt op een dagreis van Paramaribo, eerste vier uur in de bus, daarna verder met de boot over de Suriname rivier. De reistijd over de rivier is variabel. Als de omstandigheden goed zijn, duurt het een uur of twee, maar wij hebben er ook een keer twaalf uur over gedaan. Toen was het laagwater en moesten de boten over stroomversnellingen worden getild.” In Suriname krijgt het museumproject relatief veel aandacht. Op 5 december stond Casper Hoogzaad op de voorpagina van de Ware Tijd, de bekendste krant van het land.
Op 4 oktober zijn de Rotterdamse kunstenaars Ties ten Bosch, Casper Hoogzaad, Jeroen Jongeleen en Arnold Schalks voor enkele maanden naar Suriname vertrokken om daar projecten uit te voeren. Met Casper en Arnold spraken wij vlak voor hun vertrek en na hun terugkeer in december in hun SKAR-ateliers aan de Osseweistraat. Het verblijf in Suriname is onderdeel van de culturele paragraaf van de samenwerkingsovereenkomst tussen de zustersteden Rotterdam en Paramaribo. In het kader van die overeenkomst hebben tot nu toe vier Surinaamse kunstenaars in een gastatelier bij Duende gewerkt: George Struikelblok, Hedwig ‘Plu’ de la Fuente, Steve Ammersingh en Kurt Nahar. Dat heeft tot twee exposities bij het CBK geleid.
Vooral de tentoonstelling van Ammersingh was opmerkelijk. De kunstenaar was bevriend geworden met de stamgasten van een kroeg in Crooswijk en leidde hen aan de Nieuwe Binnenweg langs zijn werk. In Crooswijk hadden ze niet zoveel met kunst. Daar is dankzij Steve verandering in gekomen. Over de activiteiten, avonturen en plannen van de kunstenaars hier en overzee wordt tweemaandelijks bericht in het nieuwsblad de Surinoemer (redactie: Kurt Nahar en Arnold Schalks), dat financieel wordt ondersteund door het Centrum Beeldende Kunst. Website: http://www.desurinoemer.net
 
 

LAND VAN ZESTIEN TALEN

arnold schalks in atelier
 Arnold Schalks werkt op zijn laptop aan een nieuwe editie van de Surinoemer. (Motto: taki a no noti, ma a du na basi / geen woorden maar daden)  (Foto: Rick Messemaker)

Wan, Palmentuin 

Het 43-koppige Someni tongo spreekkoor declameert het gedicht 'Wan' van R. Dobru  in de Palmentuin. (Foto: Casper Hoogzaad)

bron: SKAR Journaal / Uitgave van Stichting KunstAccommodatie Rotterdam SKAR / februari 2009


door Jan Donia
 
ROTTERDAM - Arnold Schalks heeft in Paramaribo een ambitieus community project gerealiseerd. “Eind 2007 ben ik vijf weken in Suriname geweest. Dat was een periode van verkenning. Ik heb toen kennis gemaakt met de Surinaamse dichtkunst. Dat is bij ons een volstrekt onbekend terrein. De dichters brengen hun werk meestal in eigen beheer uit. Het blijft daardoor beperkt tot een kleine kring. Als je die gedichten leest, kom je terecht in de geschiedenis van het land. Zij zijn kritisch en politiek van aard. In Creoolse gedichten wordt het zwart zijn benadrukt en wordt verwezen naar de slavernij. In Hindoestaanse teksten gaat het vaak over de deportatie. In totaal kent Suriname zestien talen. Daardoor is er sprake van verzuiling. In Indiaanse talen tref je totaal andere uitgangspunten aan dan in Javaanse of Chinese gedichten. Daarnaast speelt het Nederlands een rol als schrijftaal en taal van de Administratie. Op dichtersavonden wordt vrijwel alleen gelezen in het Sranan tongo, het Surinaams. Je zou die kunnen omschrijven als de straattaal. Melodieus. Ik heb een aantal boeiende meetings in het literair café Tori Oso bezocht. Dat is een culturele ontmoetingsplek. In oktober heeft Ove Lucas er een voordracht gehouden over de kunst in Rotterdam. Siebe Thissen hield een lezing over kunst in de openbare ruimte.”
Op grond van de ervaringen die hij heeft opgedaan, heeft Arnold getracht de diverse talen onder een noemer te brengen. “25 November is de nationale feestdag. In 2008 werd het feit herdacht dat Suriname 33 jaar geleden onafhankelijk werd. Dat gebeurde met allerlei festiviteiten, vooral op het Onafhankelijkheidsplein. Ik heb een performance georganiseerd waarin het gedicht ‘Wan’ van R. Dobru (1935-1983) gelijktijdig in zestien talen werd voorgedragen. Vrijwel iedere Surinamer kent dit gedicht. Het is eenvoudig van woordkeus en structuur, maar ook heel wijs. Door mijn conceptuele actie, die ook een levende sculptuur was, wilde ik zowel eensgezindheid als verscheidenheid symboliseren. Het was een groot succes, ook omdat het op tv werd uitgezonden en meerdere malen herhaald.”
 

KUNSTZINNIGE FILM UMA IN PREMIERE

bron: de Ware Tijd / Cultuur / donderdag 4 december 2008

PARAMARIBO - De experimentele kunstfilm Uma gaat op 8 december tijdens het documentairefestival van The Back Lot in première in theater Thalia. De film, die negen minuten duurt, wordt afgedraaid als voorfilm van Panman, Rhythm of the Palms.

Het initiatief en concept van de film zijn van Kit-Ling Tjon Pian Gi. De productie is voor haar een onderdeel van een groter kunstproject ‘De kracht van vrouwen’. In Uma danst Tanuya Manichand over de veelzijdige kracht van de vrouw. De film kwam tot stand in het kader van ArtRoPa, het samenwerkingsverband tussen Paramaribo en Rotterdam op het gebied van de beeldende kunst. Het is een interdisciplinaire en interculturele uitwisseling tussen Tanuya Manichand (danseres, Suriname), Kit-Ling Tjon Pian Gi (beeldend kunstenaar, Suriname) en Karel Doing (beeldend kunstenaar en filmmaker, Rotterdam).

Alle drie kunstenaars hebben vanuit verschillende invalshoeken naar het concept gekeken en hadden hun eigen idee over de uitvoering van het concept. De film is een samenspel van expressie en vormgeving van deze drie kunstenaars geworden. Uma is gemaakt met ondersteuning van de Nederlandse Ambassade te Paramaribo, het Centrum voor Beeldende Kunst te Rotterdam en Sidewalk Café ’t Vat te Paramaribo.

Het grotere kunstproject ‘De kracht van vrouwen’ bestaat naast de film Uma, uit de uitgave van een boek en een solo-expositie. De presentatie van het totale project zou plaats vinden in december 2008. De drukker heeft helaas pas in januari 2009 plek op de pers en in de binderij. Ook het nieuwe Vat-gebouw, waar de expositie zal worden gehouden, is nog niet expositie-klaar. Daarom zijn de presentatie van het boek en de solo-expositie uitgesteld tot de laatste week van februari 2009. De film zal binnen de expositie op een veel kleiner beeldscherm te zien zijn.

Panman, Rhythm of the Palms
De film ‘Panman, Rhythm of the Palms’, gaat over het stormachtige leven van de beroemde steelpan drummer Harry Daniel. Deze Harry Daniel is een icoon van de Caribische cultuur. De regisseur is Sander Burger en het land waar de film zich afspeelt is St. Maarten. De film is Engels gesproken met Nederlandse ondertiteling en duurt 90 minuten.-.

 

VOORDRACHT WAN IN SOMENI TONGO BOEIT AANWEZIGEN

Someni tongo/palmentuin, ArtRoPa
Eldridge Zaandam begeleidt de 43 deelnemers van de openbare voordracht Someni Tongo op de drum. Het gedicht Wan van Dobru wordt er in zestien talen opgezegd.-. dWT foto/ Stefano Tull
bron: de Ware Tijd / Cultuur / maandag 1 december 2008

door Claudine Saaki

PARAMARIBO - De voordracht in de openbare ruimte van het gedicht Wan in het project Someni Tongo heeft zaterdag in de Palmentuin plaatsgevonden. 43 deelnemers van verschillende bevolkingsgroepen brachten het gedicht op een unieke manier in zestien in Suriname gesproken talen. Dirigent Eldridge Zaandam begeleidde de voordracht op de drum.

Het gedicht van Dobru was herleid tot vijf delen, namelijk de Biginpisi, de moksipisi, de fayapisi, de teripisi en de bakapisi. Het spannendste gedeelte, waar alle 43 deelnemers het gedicht in verschillende talen voorgedroegen, verraste aanwezigen. In de talen Arowak, Aukaans, Chinees, Engels, Frans, Hindi, Ivriet, Javaans, Kariña, Libanees, Nederlands, Portugees, Saramakkaans, Sarnami, Spaans en Sranan werd het gedicht gelijktijdig voorgedragen.

Toeschouwster Aidah Jessurun vindt het een fantastisch initiatief, maar de opkomst vond zij zwak. “Het kan wel een nationaal gedicht worden. Want dit is gewoon iets wat de hele bevolking eens zou moeten zien, zodat men in eenheid met elkaar gaat leven”, zei Jessurun. “En dit zou vaker moeten gebeuren.” Josien Aloema was een van de spreeksters in het Kariña. Zij vond het hele ervaring. “Ik kreeg kippenvel van de stemmen en verschillende talen. Het gedicht spreekt vanzelf, het is niet een gedicht dat zomaar geschreven is. 25 jaar na het overlijden van Dobru is zijn wens voor dit gedicht toch uitgekomen: Someni Tongo. En dat is de bewustwording van het uitdragen van eenheid. We hebben het vandaag bewezen”, aldus Aloema.

Yvonne Raveles, de weduwe van dichter Robin Raveles, zei in het slotwoord dat er al een eenheid is, maar alleen moet er meer body aan gegeven worden. Raveles: “Dus we moeten nu eraan gaan werken zodat die eenheid in stand blijft.” Alle deelnemers kregen van de R. Dobru Raveles Stichting een kaart met het gedicht van Dobru er op in de taal waarin zij deelnamen aan Someni Tongo. Het project was op 22 november al live uitgezonden vanuit de studio van STVS. Van initiatiefnemer Arnold Schalks, die gefascineerd is door de Surinaamse poëzie, kregen zij een dvd met daarop die uitzending.-.

 

Someni tongo in de Palmentuin
Dirigent Eldridge Zaandam begeleidt het door 43 Surinamers gevormde, gemengde spreekkoor voor het bekende gedicht van Dobru 'Wan Bon', met de apintiedrum in de Palmentuin. Het gedicht werd in 16 in Suriname gesproken talen voorgedragen, namelijk Arowak, Aucaans, Engels, Hindi, Ivriet, Javaans, Kariña, Libanees, Mandarijn, Nederlands, Portugees, Saramaccaans, Sarnami, Spaans, Sranantongo en Trio. Someni tongo is een community project van de Rotterdamse kunstenaar Arnold Schalks, waarbij poëzie en voordracht centraal staan. Schalks verwerkte de zestien vertalingen in een vijfdelig arrangement.
(foto: Voorlichting Cultuur/Johan de Randamie)
bron: de West / voorpagina / zaterdag 29 november 2008

 

ROTTERDAMMER CASPER HOOGZAAD SCHILDERT MUSEUM

‘Ik ben maar een voorbijganger’

Casper Hoogzaad, Artropa
 
bron: de Ware Tijd / Cultuur / zaterdag 29 november 2008

door Bonnie van Leeuwaarde

PARAMARIBO - Temidden van de rasta’s van Pikin Slee levert de blonde, kortgeknipte Rotterdammer Casper Hoogzaad ook een kunstzinnige bijdrage aan het museum.

Hij zal op de binnen- en buitenmuren schilderingen aanbrengen. Hoogzaad is al vier keer in het dorp aan de Boven-Surinamerivier geweest. “Ik ben maar een voorbijganger. Maar ik heb daar schoonheid ervaren. Puurheid en zuiverheid.”

Via het kunstuitwisselingsproject Paramaribo-Rotterdam (ArtRoPa) is Hoogzaad in Pikin Slee terechtgekomen. Daar slaapt hij in een hut. Of buiten. Voor iemand die zijn hele leven in de grote stad heeft doorgebracht, een hele ervaring. “Je weet niet wat je ziet als je er de eerste keer komt. Je begrijpt eigenlijk niet dat er mensen zijn die zo leven. En als je een paar keer komt, dan merk je dat de mensen wel heel sober leven, maar ik heb de indruk dat ze bijzonder gelukkig zijn en trots op hun eigen cultuur. Dat hun eigen wereld heel goed georganiseerd is. Het is een heel warm volk en ik voel me daar bijzonder welkom.”

De kunstenaar maakt al 26 jaar zijn eigen verf, uit de minerale grondstoffen van de aarde. “Binnen wil ik van zelfgemaakte verf uit de grond van de omgeving van het museum een schilderij maken. Gewoon van de aarde die je daar kunt vinden. Je hebt prachtige rooie aarde, gele aarde, paarse aarde en zwarte aarde.”

Hoe lang zijn muurschilderingen in beslag zullen nemen, weet Hoogzaad nog niet. Buiten werkt hij niet met zelfgemaakte verf, maar met meer weerbestendige verf. Daar zal hij vier grote vruchten schilderen. Verwacht geen manja’s, kasjoes, bosananas en zelfs geen ‘ijsappels’. “Het worden geen realistische vruchten”, zegt Hoogzaad. “Ik wil dat het een soort symbiose wordt met de ideeën en het oerwoud. Het wordt heel groot. Maar het moet niet een soort striptekening worden, of een decoratie. Het moet wel over gevoel gaan. Het moet wel beeldende kunst worden.”
Gevoel, dat is belangrijk voor de kunstenaar. Ook de communicatie met de marronkunstenaars verliep op gevoelsniveau; tenslotte is hun moedertaal Saramaccaans, de zijne Nederlands. “Maar je moet mekaar ergens ontmoeten. Ik ben daar naar toe gegaan om te laten zien wat ik doe. Ik heb een tekening op een niet-geschuurde muur gemaakt en toen hebben ze een indruk gekregen van wat ik doe en hoe het in mekaar zit. En volgens mij is dat het essentiële doel van communicatie. Meer heb ik niet te zeggen in deze wereld.”

Hij wil toch nog kwijt dat hij onder de indruk was van wat de marroncultuur heeft voortgebracht. “Ik heb dingen gezien, waarvan ik dacht: dat zou niet vreemd staan naast een Mondriaan. Zo goed vond ik dat. Ik heb deurposten gezien, daar was ik echt van ontroerd, zo mooi.”
In januari komt hij de muurschilderingen hier afmaken, want Casper Hoogzaad vertrekt 2 december weer naar Nederland. Begin januari 2008 heeft hij in Rotterdam een tentoonstelling, Vrucht in Habitat, in Galerie Poonberg. Daarin zullen schilderijen te zien zijn waarin Hoogzaad het oerwoud heeft geschilderd met de aarde van ons regenwoud. “Ik heb het oerwoud geschilderd met dat waar het oerwoud in groeit”.-.


SOMENI TONGO LAATSTE KEER IN PALMENTUIN

bron: de Ware Tijd / Cultuur / donderdag 27 november 2008


PARAMARIBO - Het project Someni tongo wordt zaterdag voor de laatste keer opgevoerd. In de Palmentuin wordt het gedicht Wan van Dobru in zestien talen simultaan uitgevoerd door een spreekkoor van 43 personen.

Somenti tongo werd 22 november in de studio van STVS al opgevoerd en live uitgezonden. Nu kan het publiek het live meemaken in de openbare ruimte. Eerst wordt er verzameld bij de ingang van Palmentuin, waarna een gids het om 11 uur zal begeleiden naar de plek waar de voordracht voor het laatst zal plaatsvinden. Someni tongo is een community project van de Rotterdamse beeldend kunstenaar Arnold Schalks, waarbij poëzie en voordracht centraal staan. 'Someni tongo’ is een regel uit het gedicht ‘Wan’ van de Surinaamse dichter en voordrachtskunstenaar Robin ‘Dobru’ Raveles. Schalks liet Dobru's gedicht in zestien, in Suriname gesproken talen vertalen, namelijk in: Arowaks, Aukaans, Engels, Hindi, Ivriet, Javaans, Kariña, Libanees, Mandarijn, Nederlands, Portugees, Saramakkaans, Sarnami, Spaans, Sranantongo en Trio.

In een vijfdelig arrangement zijn de vertalingen zodanig vervlochten, dat het thema van het gedicht: ‘eenheid in verscheidenheid’/ ‘verscheidenheid in eenheid’ telkens op een andere wijze wordt belicht. In elk deel spreken de zestien stemgroepen (voor elke taal één) hun versies gelijktijdig uit. Het door 43 Surinamers gevormde, gemengd spreekkoor staat onder leiding van de dirigent Eldridge Zaandam.-.

1 reactie dWT-forum:
Taurus28 | 28-11-2008 05:56:58 / Van deze prachtige traditie had ik nog nooit gehoord. Jammer dat het nu alweer wordt afgeschaft. Nationale eenheid betekent bundelen van de kwaliteiten van onze verschillende afkomsten tot WAN BON. Dit gedicht heeft voor Suriname dezelfde symboliek als ons volkslied en door het in zovele talen uit te voeren is er een extra dimensie aan toegevoegd die de noodzakelijke eenheid van alle Surinamers benadrukt.

 

SPECIAAL TINTJE AAN REPETITIE 25E STERFDAG DOBRU

Yvonne Raveles en Henry Strijk
Yvonne Raveles praat nog wat na met Henry Strijk die de live-uitzending zaterdag op STVS zal verzorgen. Op de achtergrond staat Arnold Schalks.-. dWT foto/Werner Simons
bron: de Ware Tijd / Cultuur / woensdag 19 november 2008

door Bonnie van Leeuwaarde

PARAMARIBO - De repetitie maandag van ‘Someni tongo’ had een speciaal tintje; het was namelijk de 25ste sterfdag van de dichter Dobru. Zijn weduwe Yvonne Raveles woonde de repetitie in Naks ook bij en kreeg aan het eind een manjaboompje aangeboden van Arnold Schalks.

Hij nam het initiatief om het gedicht ‘Wan’ van Robin Raveles in zestien talen te laten voordragen en noemde het project ‘Someni tongo’. Het resultaat is zaterdag 22 november om 12 uur ’s middags live te zien via de STVS. Onder leiding van dirigent Eldridge Zaandam en op het ritme van percussionist Ernie Wolf barstten in de talen Sranan, Nederlands, Sarnami, Hindi, Javaans, Arowak, Trio, Kariña, Mandarijn, Spaans, Portugees, Ivriet, Libanees, Saramaccaans, Aukaans en Engels de woorden van het gedicht los. Yvonne Raveles vond het prachtig klinken.

Een Kariña-spreekster uit het stemmenkoor ook. “Ik krijg elke keer kippenvel als we het voordragen”, zegt ze. ‘Someni tongo’ is een community project van de Rotterdamse beeldend kunstenaar Arnold Schalks, waarbij poëzie en voordracht centraal staan. “Ik zie mezelf als de bougie in de motor, maar de motor is honderd procent Surinaams.”

Het project maakt deel uit van het Surinaams-Nederlandse culturele uitwisselingsproject ArtRoPa, een initiatief van het Rotterdamse Centrum Beeldende Kunst (CBK) en de Federation of Visual Artists in Suriname. ‘Someni tongo’ (zoveel aan talen) is een regel uit het gedicht ‘Wan’. Schalks verwerkte de zestien vertalingen in een vijfdelig arrangement voor spreekkoor. In elk deel spreken de zestien stemgroepen (voor elke taal één) hun versies gelijktijdig uit.

Suriname heeft een enorm cultureel erfgoed, maar veel is nog niet op papier, zegt Raveles. “Daarom hebben we gezegd, we doen het.” De R Dobru Stichting schonk 1.000 Surinaamse dollar voor het project. Verdere onkosten, zoals de vergoeding voor het spreekkoor, de dirigent en drummer, oefenruimte, reiskosten, catering, kopietjes enzovoorts, worden vergoed door het CBK.
Raveles bedankte het spreekkoor, de dirigent, percussionist en initiatiefnemer. “We hebben hier geschiedenis geschreven. En ik zie de man die dit gedicht geschreven heeft, glimlachen. En ik hoor hem zeggen: dank je wel.” ‘Someni tongo’ zal op zaterdag 29 november éénmalig worden herhaald in de Palmentuin.-.